general.skipToContentLink general.skipToSearch general.skipToNavigation
20% korting op (bijna) alle ondergoed >>
Een wit overhemd onder een donkerblauwe V-halstrui, met aandacht voor kraag en manchetten.

Overhemd onder een trui: zo voorkom je ophopende stof en een trekkende pasvorm

Waar hoopt de stof zich op?

Kijk eerst waar je last van hebt: bij je buik, onder je oksels, op je rug of rond je polsen. Trek vervolgens de trui uit en bekijk het overhemd opnieuw. Zit de plooi er nog, dan is het logisch om eerst het overhemd en de manier waarop je het draagt te controleren. Ontstaat de bobbel pas zodra je de trui aantrekt, dan vraagt vooral de combinatie aandacht. Maak daarbij onderscheid tussen losse stof die zich ophoopt en stof die onder spanning staat. Een losse plooi kun je verplaatsen; een trekkende knopenlijst blijft gespannen zolang er te weinig ruimte is.

Begin bij een overhemd dat zelfstandig goed zit

Een overhemd hoeft onder een trui niet zo strak mogelijk te zitten. Belangrijker is dat het je lichaam volgt zonder te trekken. Bekijk de knopenlijst terwijl je staat én zit. Blijft die gesloten zonder dat er openingen tussen de knopen ontstaan? Kun je je armen rustig naar voren brengen? Binnen de verschillende pasvormen van overhemden zoek je een model dat daarvoor voldoende ruimte biedt. Heb je bij je borst de juiste ruimte, maar veel losse stof bij je taille, probeer dan een andere taillering. Een kleinere maat maakt immers ook andere delen van het overhemd kleiner.
De mouwen verdienen een aparte controle. Overtollige mouwlengte kan zich bij je pols verzamelen, terwijl een wijde bovenmouw onder een smalle truimouw weinig plaats heeft. Trek je overhemd aan met de manchetten gesloten en laat je armen ontspannen hangen. Kijk vervolgens wat er gebeurt wanneer je je ellebogen buigt. Een beetje verschuiving hoort bij bewegen; een dikke prop stof onder de manchet is minder prettig. Vergelijk bij twijfel de mouwlengte met die van een overhemd dat je al graag draagt. Controleer wel of beide maten op dezelfde manier zijn gemeten.

Geef de trui ruimte voor de laag eronder

Een trui die goed valt over een dun T-shirt, kan over een overhemd krapper aanvoelen. Vooral bij de bovenarmen, borst en oksels merk je dat verschil. Pas de trui daarom meteen over het overhemd waarmee je hem wilt dragen. De stof moet kunnen vallen zonder dat de knopenlijst er nadrukkelijk doorheen drukt. Bij het vergelijken van heren truien helpt het om op de snit te letten: een slank model en een rechter model verdelen de ruimte anders. Beoordeel de combinatie van voren en opzij, met je armen ontspannen langs je lichaam.
Kies niet automatisch een maat groter wanneer de combinatie trekt. Daarmee veranderen vaak ook de schouderbreedte, mouwlengte en totale lengte van de trui. Misschien lossen de extra centimeters het probleem rond je borst op, maar ontstaat er vervolgens een overschot bij je polsen. Probeer waar mogelijk eerst een andere pasvorm in je gebruikelijke maat en vergelijk daarna pas de maten. Kijk ook naar de onderboord. Als die sterk aansluit rond je heupen, kan de trui daar blijven hangen en erboven opbollen. Trek hem eenmaal rustig recht en kijk of dat tijdens bewegen opnieuw gebeurt.

Let op dikte, structuur en zichtbare details

Behalve de pasvorm telt ook mee hoeveel stof je op elkaar draagt. Voel eens aan het overhemd bij de knopenlijst, de borstzak en de manchetten: daar liggen meerdere stoflagen over elkaar. Onder een dunne, aansluitende trui kunnen die plekken zichtbaar worden. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar een glad resultaat vraagt om aandacht voor zulke details. Een overhemd zonder borstzak kan bijvoorbeeld rustiger aftekenen. Vergelijk twee overhemden onder dezelfde trui en houd de rest gelijk. Zo zie je beter of het verschil door de stof, een zak of de snit ontstaat.
Alleen de materiaalnaam vertelt je niet hoe de combinatie zal vallen. Twee katoenen overhemden kunnen verschillend aanvoelen en ook wollen truien verschillen in dikte en breisel. In het assortiment van HemdVoorHem.nl staat bijvoorbeeld een wit OLYMP Luxor modern fit overhemd van katoenen twill en een marineblauwe OLYMP modern fit trui van merinowol met V-hals. Dat zijn concrete kledingstukken waarmee je zo'n combinatie kunt proberen. Dat beide modern fit heten, is op zichzelf geen garantie dat ze bij jouw lichaamsbouw samen goed zitten. Gebruik de productinformatie als vertrekpunt en beoordeel vervolgens de kledingstukken over elkaar.

Leg zoom, kraag en manchetten rustig op hun plek

Wil je het overhemd in je broek dragen, verdeel de stof dan gelijkmatig rond je middel voordat de trui eroverheen gaat. Stop niet alle overgebleven stof in één grote vouw aan de achterkant. Ga even zitten en weer staan, zodat je merkt of je voldoende bewegingsruimte hebt gelaten. Controleer ook je broekband: wanneer meerdere lagen daar al klem zitten, heeft het weinig zin alleen aan de trui te trekken. Draag je liever het overhemd los, kijk dan bewust naar de lengte onder de trui. Een zichtbare zoom kan prima bij een ontspannen outfit passen; hij hoeft niet koste wat kost verborgen te worden.
Bij de hals helpt het om de kraag meteen na het aantrekken recht te leggen. Een V-hals laat meer van het overhemd zien dan een ronde hals, waardoor je de stand van de kraag en de bovenste knoop anders ervaart. Probeer welk model prettig zit zonder de boord naar binnen te duwen. Laat de kraagpunten voor een rustig geheel onder het breisel vallen, voor zover de combinatie dat toelaat. Trek daarna de manchetten voorzichtig op hun plek. Een klein zichtbaar randje overhemd is een stijlkeuze, geen reden om je mouwen voortdurend strak naar beneden te trekken.

Test de combinatie zoals je haar gaat dragen

Een korte controle in beweging vertelt meer dan alleen stilstaan voor de spiegel. Ga zitten alsof je aan je bureau werkt, reik naar voren en trek eventueel je jas aan. Keert dezelfde plooi steeds terug, verander dan één onderdeel. Probeer bijvoorbeeld eerst een minder ruim overhemd onder dezelfde trui, of houd het overhemd aan en wissel de trui. Verander je alles tegelijk, dan blijft onduidelijk wat het verschil maakt. Denk ook aan een eventueel ondershirt: neem dat mee tijdens het passen, omdat het onderdeel is van de combinatie die je de hele dag draagt.
Een overhemd onder een trui hoeft niet bij iedere beweging volkomen glad te blijven. Kleding beweegt mee en een kleine plooi is heel normaal. Het gaat erom dat je comfortabel kunt zitten en bewegen, zonder steeds stof los te trekken of je mouwen recht te leggen. Heb je een combinatie gevonden die dat doet, onthoud dan welke pasvormen en lengtes samenwerken. Zo wordt aankleden op een frisse ochtend eenvoudiger en weet je bij een volgende trui of een volgend overhemd beter waarop je moet letten.
HemdVoorHem kleding voor iedere man