general.skipToContentLink general.skipToSearch general.skipToNavigation
20% korting op (bijna) alle ondergoed >>
Marineblauwe stropdas ligt los over een wit overhemd op een houten tafel.

Stropdas te kort na het knopen: zo vind je de juiste verdeling

Bepaal eerst waar de punt moet eindigen

Een gebruikelijk uitgangspunt is dat de punt van de geknoopte das bij de bovenkant van je riem of tailleband uitkomt. Trek daarom eerst de broek aan die bij je outfit hoort en draag die op de normale hoogte. Met een broek die hoger in de taille zit, ligt je richtpunt anders dan bij een lager model. Gebruik dus niet telkens een vaste plek op je overhemd als meetpunt. De knopen van je overhemd kunnen je helpen de beginverdeling te onthouden, maar de uiteindelijke verhouding beoordeel je met de hele outfit aan.

Bekijk beide uiteinden voordat je opnieuw knoopt

Houd de voorste en achterste kant van de geknoopte das naast elkaar. Is de brede voorkant te kort en de smalle achterkant opvallend lang, dan zit een deel van de beschikbare lengte aan de verkeerde kant. Maak de knoop helemaal los en laat de brede kant bij de volgende poging iets verder naar beneden hangen. Bij het vergelijken van stropdassen is de totale lengte een nuttig gegeven, maar eerst wil je weten of je de lengte die er al is goed benut. Werk met kleine verschuivingen, zodat je het effect kunt volgen.
Begin elke poging met de das op dezelfde manier rond je hals en met een gesloten overhemdboord. Houd ook de knooptechniek gelijk. Verander je tegelijkertijd de beginlengte en het soort knoop, dan wordt het lastig om te begrijpen waarom de punt anders eindigt. Een praktische aanpak is om na een bijna goede poging te onthouden waar de brede punt vóór het knopen hing. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld een overhemdknoop als herkenningspunt. Dat hoeft niet tot op de millimeter: het geeft je vooral een herhaalbaar vertrekpunt voor die ene das en dat overhemd.

De knoop gebruikt een deel van de lengte

Niet elke knoop vraagt evenveel stof. Extra omslagen verdelen de lengte anders tussen de knoop en de hangende uiteinden. Als je een compacte knoop vervangt door een vollere Windsor, kun je dus niet zonder meer dezelfde beginverdeling gebruiken. Kijk tegelijk of de knoop prettig tussen de kraagpunten past. Binnen de verschillende overhemden verschillen boorden in opening en vorm. Een grotere knoop is geen doel op zichzelf: hij moet bij de kraag passen zonder die op te tillen. Een eenvoudiger knoop proberen kan zinvol zijn wanneer je met de lengte blijft worstelen.
Let daarbij op het verschil tussen de breedte van de das en het volume van de knoop. Een smalle das is niet automatisch dun en een brede das hoeft geen enorme knoop te geven. De stof, de opbouw en de gekozen techniek bepalen samen hoe het geheel eruitziet. Bekijk de knoop van voren en een beetje opzij. Steekt hij ver naar voren of vult hij de ruimte onder je kin bijna helemaal, probeer dan een compacter alternatief. Beoordeel daarna opnieuw waar de punt eindigt, want die verandering kan ook de bruikbare lengte beïnvloeden.

Pas de das bij de broek die je gaat dragen

Stel dat je dezelfde das op maandag met een hoger gedragen pantalon combineert en later in de week met een broek die lager op je heupen zit. De afstand tussen je hals en de tailleband verandert dan. Een verdeling die bij de eerste outfit werkte, hoeft bij de tweede niet precies goed uit te komen. Dat is geen reden om je broek onnatuurlijk hoog te trekken of de knoop los bij je borst te laten hangen. Begin bij de comfortabele positie van beide kledingstukken en pas vervolgens de das daarop aan.
Een spiegel waarin je tot je heupen zichtbaar bent helpt hierbij meer dan een kleine badkamerspiegel. Kijk met een ontspannen houding, zonder je kin op te tillen of je schouders naar achteren te trekken. Sta je onnatuurlijk recht om de punt net bij de broek te laten komen, dan beoordeel je een verhouding die tijdens normaal dragen verandert. Trek eventueel ook je jasje aan. Een das die los voor het overhemd goed lijkt, kan in het volledige geheel anders overkomen. De controle gaat om samenhang, niet om één los detail dat op zichzelf perfect moet zijn.

Wanneer is de totale daslengte het probleem?

Blijft de voorkant te kort terwijl het smalle uiteinde achteraan nauwelijks lengte overhoudt, dan kan de das voor deze combinatie onvoldoende lang zijn. De beschikbare stof moet immers rond je hals, door de knoop en tot aan de tailleband komen. Alleen je lichaamslengte vertelt daarom niet het hele verhaal. Ook je lichaamsverhoudingen, boordmaat, knoop en broekhoogte spelen mee. Ga niet onbeperkt harder aan de das trekken om die laatste centimeters te winnen. Vergelijk liever de gemeten totale lengte met een exemplaar dat in dezelfde outfit wel goed uitkomt.
Lees daarvoor de eigenschappen van de specifieke das. De marineblauwe OLYMP stropdas met artikelnummer 1789-00-18 staat bij HemdVoorHem.nl bijvoorbeeld vermeld met een lengte van 148 centimeter en een breedte van 6,5 centimeter. Die twee getallen beantwoorden verschillende vragen: lengte gaat over de hoeveelheid beschikbare stof, breedte over de verhouding van het zichtbare voorpand. Ze vormen geen persoonlijke pasvormgarantie. Meet een bestaande das los en ontspannen wanneer je wilt vergelijken. Noteer daarbij welke knoop je ermee draagt; anders vergelijk je wel de centimeters, maar niet de manier waarop je ze gebruikt.

Bewaar een goed vertrekpunt voor de volgende keer

Als de lengte klopt, controleer dan of de knoop netjes tegen de gesloten boord zit en de achterkant achter het brede deel blijft. Gebruik het lusje aan de achterzijde wanneer het smalle uiteinde daar op een natuurlijke manier doorheen kan. Trek de hele das niet scheef om dat lusje koste wat kost te bereiken. Een foto van de geslaagde combinatie kan handig zijn als je zelden een das draagt. Noteer desgewenst de knoop en het herkenningspunt waarmee je begon. Maak de das na het dragen weer rustig los in plaats van de knoop voor de volgende gelegenheid te laten zitten.
Een goed gestrikte das is meestal het resultaat van een passende verdeling, niet van een ingewikkelder knoop. Begin bij de broekband, houd je knooptechniek tijdens het proberen gelijk en verplaats de beginlengte stap voor stap. Zo wordt duidelijk of de oplossing in je handeling zit of dat je een andere daslengte nodig hebt. Zodra je weet wat bij jouw kleding werkt, kost de volgende poging minder denkwerk. De das hoort dan bij de outfit, zonder dat je de hele ochtend aan de punt of het achterste uiteinde blijft trekken.
HemdVoorHem kleding voor iedere man